ECLI:NL:RBDHA:2024:8650
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling en proceskostenveroordeling
Verzoekster, een vreemdeling met tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG, kreeg op 17 augustus 2023 bericht dat haar tijdelijke bescherming zou eindigen. Zij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten.
De staatssecretaris kwam echter tegemoet door bij brief van 6 september 2023 aan te geven dat verzoekster tijdelijk langer in Nederland mocht verblijven, waarmee het doel van de voorlopige voorziening was bereikt. Verzoekster trok daarop haar verzoek in en vroeg om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris inderdaad was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat zij een maatregel had genomen die het verzoek om voorlopige voorziening vervulde. Daarom veroordeelde de rechter de staatssecretaris tot betaling van € 875 aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Dit volgt uit de toepasselijkheid van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht op voorlopige voorzieningenprocedures.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 875 aan proceskosten nadat zij tegemoetkwam in het verzoek om voorlopige voorziening.