ECLI:NL:RBDHA:2024:8658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 3 juni 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat België verantwoordelijk was voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser was niet verschenen bij de zitting, maar zijn gemachtigde was wel aanwezig.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris ten onrechte geen toepassing had gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat het mogelijk maakt een asielaanvraag aan zich te trekken bij bijzondere, individuele omstandigheden. Eiser stelde dat hij in België geen toegang had tot noodzakelijke medische zorg en opvang, wat tot een trauma had geleid, en dat terugkeer naar België daarom niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser deze bijzondere omstandigheden onvoldoende had onderbouwd, omdat hij geen medische stukken had overgelegd. Bovendien was het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België niet betwist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris de aanvraag terecht niet in behandeling had genomen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.