ECLI:NL:RBDHA:2024:8771
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met overdracht aan Kroatië
De rechtbank Den Haag heeft op 29 mei 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser, van Syrische nationaliteit, stelde dat hij in Kroatië geen asielverzoek had ingediend en dat de opvang en behandeling daar ontoereikend en onveilig zijn.
De rechtbank oordeelde dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser wel een verzoek om internationale bescherming in Kroatië heeft ingediend en dat de staatssecretaris op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht uitgaan van de juistheid hiervan. De door eiser aangevoerde rapporten en persoonlijke ervaringen waren onvoldoende om aan te nemen dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van een reëel risico op een behandeling in strijd met het Handvest of het EVRM.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, vanwege familiebanden in Nederland, werd afgewezen omdat deze banden niet aannemelijk waren gemaakt en de omstandigheden niet zodanig bijzonder dat overdracht onevenredig hard zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en dat overdracht aan Kroatië kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Kroatië bevestigd.