ECLI:NL:RBDHA:2024:8791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf loonheffing over immateriële schadevergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever
Eiser was werknemer bij een voormalige werkgever en ontving een schadevergoeding van € 50.000 bruto, deels ter compensatie van inkomensverlies en deels voor immateriële schade als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever hield hierover loonheffing in. Eiser maakte bezwaar tegen deze inhouding, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de vergoeding bestond uit twee componenten: € 25.000 voor inkomensverlies, die als loon uit dienstbetrekking moet worden aangemerkt, en € 25.000 voor immateriële schade en compensatie voor ernstig verwijtbaar handelen. Dit laatste deel vindt niet zozeer zijn grond in de dienstbetrekking en mag daarom niet als loon worden belast.
De rechtbank oordeelde dat over het immateriële schadebedrag ten onrechte loonheffing is ingehouden en dat eiser recht heeft op teruggaaf van die heffing. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de Belastingdienst opgedragen de teruggaaf te verlenen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en gelast teruggaaf van loonheffing over de immateriële schadevergoeding van € 25.000.