ECLI:NL:RBDHA:2024:8826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 27 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 mei 2024 behandeld via telehoren.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 19 april 2024 beoordeeld en richt zich nu op de periode daarna. Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting, mede omdat hij ongedocumenteerd is en eerdere uitzettingen naar Frankrijk en Spanje niet succesvol waren.
De staatssecretaris heeft betwist dat er geen voortgang is en heeft cijfers over lp-aanvragen en nationaliteitsbevestigingen overgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend is geweest, onder meer door rappellering en vertrekgesprekken. Tevens is er volgens de rechtbank zicht op uitzetting naar Algerije, ook voor ongedocumenteerde vreemdelingen zoals eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.