ECLI:NL:RBDHA:2024:8827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiseres is door de staatssecretaris een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en niet uit eigen beweging is vertrokken. De maatregel houdt in dat zij zich moet verblijven in de gezinslocatie in Burgum.
Eiseres betoogt dat de maatregel niet in het belang is van haar jongste zoon vanwege diens verslechterde gezondheid en dat zij teruggeplaatst moet worden naar reguliere opvang in Zutphen. De rechtbank oordeelt echter dat het beroep zich richt op de rechtmatigheid van de vrijheidsbeperkende maatregel en niet op terugplaatsing naar reguliere opvang.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf meer heeft, niet binnen de gestelde termijn is vertrokken, en geen vaste woon- of verblijfplaats of voldoende middelen van bestaan heeft. De vrijheidsbeperkende maatregel is daarom proportioneel en passend, mede omdat eiseres samen met haar zoon op een gezinslocatie wordt geplaatst.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.