ECLI:NL:RBDHA:2024:8886
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij geen uitstel kreeg voor het overleggen van medische stukken, dat hij afhankelijk is van zijn broer conform artikel 16 Dublinverordening Pro, en dat er een reële kans bestaat dat hij in Bulgarije geen toegang tot opvang krijgt. De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig was door aanvullende medische stukken niet mee te wegen, maar dat dit gebrek niet leidde tot belangenverlies omdat deze stukken alsnog in beroep zijn behandeld.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook werd de afhankelijkheidsrelatie niet met objectieve documenten onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.