ECLI:NL:RBDHA:2024:8899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Kroatië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Zijn persoonlijke ervaringen en klachten zijn niet voldoende onderbouwd om structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem aan te tonen.
Ook de gevraagde individuele garanties voor medische behandeling zijn niet noodzakelijk geacht, omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd die zijn psychische klachten en behandeling aantonen. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare claims zijn beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen.