Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de termijn voor besluitvorming is overschreden en dat eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt verweerder op om binnen een door haar vastgestelde termijn alsnog een besluit te nemen, afhankelijk van het al dan niet bieden van herstel verzuim en het verrichten van nader onderzoek, variërend van vier tot twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 437,50 en het griffierecht van € 184,-. De rechtbank bevestigt hiermee het belang van tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaken en sluit aan bij eerdere jurisprudentie over passende beslistermijnen.