ECLI:NL:RBDHA:2024:8912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens onvoldoende migrerend werknemerschap
Eiser, een Estse student aan de Technische Universiteit Delft sinds september 2020, verzocht om studiefinanciering voor de periode november 2021 tot en met mei 2023. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet kon worden aangemerkt als migrerend werknemer, behalve voor oktober 2021. Eiser betoogde dat hij voor drie werkgevers reële en productieve arbeid had verricht en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door het Suwinet-systeem niet te raadplegen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag zorgvuldig had beoordeeld op basis van de overgelegde stukken en dat het Suwinet-systeem niet altijd bruikbaar is. Voor november en december 2021 was het werk van eiser marginaal en niet van economische aard. De stage bij een van de werkgevers had een educatief doel en leverde geen economische bijdrage, zodat geen migrerend werknemerschap kon worden aangenomen.
Eiser overlegde tijdens het beroep een arbeidsovereenkomst met een derde werkgever waaruit bleek dat hij vanaf februari 2023 wel voldeed aan de eisen voor migrerend werknemerschap. Verweerder zal daarom studiefinanciering toekennen voor februari tot en met mei 2023. Het beroep wordt echter ongegrond verklaard omdat eiser niet volledig voor de gevraagde periode in aanmerking komt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.