Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ingediend op 5 november 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met negen maanden verlengde. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiseres de staatssecretaris op 11 maart 2024 in gebreke en diende zij vervolgens beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de verlengde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het feit dat de staatssecretaris nog een voornemen moet nemen en eiseres daarop nog kan reageren. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor het geval de termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiseres van €437,50, omdat eiseres een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur op 22 mei 2024.