ECLI:NL:RBDHA:2024:9087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering zonder verrekening verwervingskosten
Eiseres ontvangt sinds 2002 een bijstandsuitkering en heeft in de periode van juli 2019 tot maart 2022 huishoudelijk werk verricht waarvoor zij inkomsten ontving die zij niet aan het college heeft gemeld. Het college heeft daarop de bijstandsuitkering herzien en de te veel betaalde bijstand van €6.983,23 teruggevorderd.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat de kosten die zij maakte voor het huishoudelijk werk in mindering gebracht moesten worden op de inkomsten. Het college wees het bezwaar af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de herziening en terugvordering rechtmatig zijn, omdat volgens vaste rechtspraak en wetsgeschiedenis de kosten van verwerving van inkomen niet in mindering mogen worden gebracht bij de vaststelling van het inkomen voor de bijstand. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.