ECLI:NL:CRVB:2025:1126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellante ontvangt sinds 2002 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van anonieme meldingen over zwart werk. Het college herzag en vorderde de bijstand terug over de periode 1 juli 2019 tot en met 31 maart 2022 wegens niet gemelde inkomsten uit schoonmaakwerkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college ten onrechte geen rekening hield met verwervingskosten en dat het giftenbeleid toegepast had moeten worden. De Raad oordeelde dat inkomsten uit arbeid geen giften zijn en dat voor verrekening van verwervingskosten geen ruimte is binnen de Participatiewet.
De Raad stelde vast dat de inlichtingenverplichting was geschonden en dat het college geen belangenafweging hoefde te maken vanwege het dwingende karakter van de wet. Het hoger beroep werd verworpen, de herziening en terugvordering bleven in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand blijven in stand.