ECLI:NL:RBDHA:2024:9167

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
NL24.7615
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 21 januari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld.

Eiser voerde aan dat bewaring een ultimum remedium is en dat hij in aanmerking komt voor een EU-vergunning op basis van het Chavez-arrest. Hij wenst een aanvraag in te dienen voor toetsing aan EU-recht, mede omdat hij binnenkort vader wordt en met zijn partner en familie kan verblijven. Volgens eiser had een lichter middel moeten worden toegepast, zoals een meldplicht.

De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring eerder rechtmatig is bevonden tot het sluiten van het vorige onderzoek. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak waarin is bepaald dat het doel van bewaring, het vertrek naar Marokko, ook met een lichter middel bereikt moet kunnen worden. Gezien eisers weigering tot vertrek acht de rechtbank een lichter middel niet passend. De voorgenomen aanvraag EU-toetsing en het aanstaande vaderschap bieden geen reden tot wijziging.

De belangenafweging leidt niet tot opheffing van de bewaring. De rechtbank concludeert dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.7615
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: J. van Gils ).

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 januari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1989.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 februari 2024 (in de zaak NL24.2436) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Bewaring is een ultimum remedium. Eiser komt in aanmerking voor een EU-vergunning op basis van het Chavez-arrest en wenst de mogelijkheid te hebben een aanvraag in te dienen voor toetsing aan het EU-recht. De reden hiervoor is dat eiser binnenkort vader wordt van zijn eerste kind. Zijn partner, [A] , is uitgerekend op [.] 2024. Dit creëert van rechtswege een verblijfsrecht. Eiser zal na de geboorte van zijn kind een aanvraag indienen, zodat verweerder zijn rechtmatige verblijf in Nederland kan bevestigen. Verder kan eiser verblijven bij zijn partner. Zij woont op de [adres] , te [plaats] . Eiser verklaart hier al 2 jaar te wonen, samen met zijn partner en zijn stiefdochter. Om deze reden is eiser gemakkelijk vindbaar. Ook heeft eiser ooms, tantes en neven waar hij kan verblijven. Niet valt in te zien waarom eiser niet in vrijheid wordt gesteld met een meldplicht. De belangenafweging had gezien al het voorgaande in het voordeel van eiser moeten uitvallen.
5. De rechtbank overweegt als volgt.

Lichter middel

6. Voor het oordeel over de beroepsgrond over het opleggen van een lichter middel verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar haar eerdere uitspraak van 5 februari 2024 (in de zaak NL24.2436), overwegingen 14 en 15. In wat eiser nu aanvoert, te weten dat hij, naast bij zijn vriendin, bij familie kan verblijven, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel dan in die uitspraak is gegeven. Daaraan voegt de rechtbank toe dat verweerder terecht heeft gesteld dat voor de toepassing van een lichter middel een eerste voorwaarde is dat met dit middel het doel van de bewaring, zijnde het vertrek van eiser naar Marokko, ook kan worden bereikt. Gelet op verweerders toelichting dat eiser nog steeds persisteert in zijn weigerachtige houding ten aanzien van zijn vertrek, is de rechtbank van oordeel dat reeds hierom verweerder terecht stelt dat met een lichter middel het doel van de bewaring niet kan worden behaald. Over eisers beroepsgrond dat hij vader wordt en hij voornemens is een aanvraag in te dienen voor toetsing aan het EU-recht overweegt de rechtbank dat dit geen omstandigheid is die op dit moment kan dan wel dient te leiden tot het opleggen van een lichter middel, omdat het kind niet geboren is en niet gebleken is dat de reguliere aanvraag is ingediend. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Belangenafweging

7. Over wat eiseres in het kader van de belangenafweging aanvoert, oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Ambtshalve toetsing
8. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij is gehouden, is de rechtbank niet van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 maart 2024

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.