ECLI:NL:RBDHA:2024:9262
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-asielzaak wegens samenhangend ongegrond beroep
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Omdat op het samenhangende beroep reeds uitspraak was gedaan en dat beroep ongegrond was verklaard, was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep reeds ongegrond is verklaard.