ECLI:NL:RBDHA:2024:9270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van onvermogen tot coherent verklaren
Eiser heeft op 17 oktober 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de staatssecretaris op 21 november 2023 is afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 29 maart 2024, waarbij eiser niet aanwezig was.
Eiser stelde dat zijn psychische klachten ten tijde van het nader gehoor op 12 mei 2022 niet voldoende in acht waren genomen, waardoor zijn verklaring niet coherent, consistent en compleet zou zijn. Hij verwees naar Medifirst-rapporten uit 2021 en 2022 en een medisch patiëntendossier met psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de Medifirst-adviezen geen beperkingen voor het horen constateerden en dat er geen concrete aanwijzingen waren om te twijfelen aan het verklaringsvermogen van eiser tijdens het nader gehoor. Ook de wisseling in asielmotieven en pauzes tijdens het gehoor werden niet als bewijs van onvermogen gezien.
Het patiëntendossier toonde dat psychische klachten pas na het nader gehoor waren gesignaleerd, en de staatssecretaris had adequaat contact gehad met betrokken instanties. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de verklaring van eiser terecht ten grondslag heeft gelegd aan de inhoudelijke beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.