ECLI:NL:RBDHA:2024:9305
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 29 maart 2024 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit besluit stelde verzoekster beroep in en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 8 mei 2024, samen met de hoofdzaak NL24.14823.
Tijdens de zitting was alleen de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig; verzoekster en haar gemachtigde waren afwezig. Na de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Skerka en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op het bestreden besluit is behandeld.