ECLI:NL:RBDHA:2024:9334

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2024
Publicatiedatum
17 juni 2024
Zaaknummer
24.9215
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf niet-ontvankelijk verklaard

Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Nadat de staatssecretaris niet tijdig op de aanvraag had beslist, stelden eisers de staatssecretaris in gebreke en dienden zij een beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank heeft op 7 februari 2024 het eerdere beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris een beslistermijn van acht weken opgelegd.

Eisers hebben op 5 maart 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank overweegt dat op dat moment de door haar opgelegde beslistermijn van acht weken nog niet was verstreken en dat de aan de uitspraak verbonden dwangsom nog niet was verbeurd. Hierdoor is het tweede beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De rechtbank baseert haar oordeel op de relevante bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en vaste jurisprudentie, waaronder de noodzaak van een ingebrekestelling bij het eerste beroep tegen niet tijdig beslissen en de werking van rechterlijke beslistermijnen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld binnen de door de rechtbank gestelde beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.9215

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum],
van Jemenitische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],
mede namens haar kinderen,

[naam],

geboren op [geboortedatum],
van Jemenitische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],

[naam],

geboren op [geboortedatum],
van Jemenitische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],

[naam],

geboren op [geboortedatum],
van Jemenitische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

Eisers hebben op 2 mei 2023 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis. De aanvraag is door de staatssecretaris op 11 mei 2023 ontvangen.
Bij brief van 12 november 2023 hebben eisers de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Eisers hebben vervolgens op 1 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Bij uitspraak van 7 februari 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van
1 december 2023 gegrond verklaard en daarbij aan de staatssecretaris een beslistermijn van acht weken opgelegd. Indien binnen deze termijn van acht weken zou blijken dat nader onderzoek zou moeten plaatsvinden, oordeelde de rechtbank dat binnen twintig weken een besluit bekend moest worden gemaakt.
Op 5 maart 2024 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf in het kader van nareis.
De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:673), volgt dat wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, in beginsel een ingebrekestelling is vereist in het geval dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit (voor de eerste maal) beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter. Uit voornoemde uitspraak volgt ook dat wanneer de bestuursrechter een termijn heeft gesteld en het bestuursorgaan zich, in weerwil van het gezag van deze rechterlijke uitspraak, daaraan niet houdt, een nieuwe ingebrekestelling niet is vereist.
5. In de uitspraak van 7 februari 2024 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de rechtbank aan de staatssecretaris een concrete beslistermijn van acht weken gegeven, waarbinnen de staatssecretaris het besluit bekend had moeten maken. Indien de staatssecretaris binnen deze termijn zou beslissen tot nader onderzoek, oordeelde de rechtbank dat de concrete beslistermijn op de aanvraag van eisers twintig weken omvatte. Uit het dossier blijkt niet dat de staatssecretaris tot nader onderzoek heeft beslist. Dit betekent dat de staatssecretaris binnen acht weken het besluit bekend had moeten maken. Echter, eisers hebben op 5 maart 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Op dat moment was de door deze rechtbank en zittingsplaats opgelegde beslistermijn van 8 weken nog niet verstreken. Ook was de aan die uitspraak verbonden rechterlijke dwangsom van € 7.500 nog niet verbeurd.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.