Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- illegale uitreis;
- dienstweigering.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 18 juli 2023 een asielaanvraag in die door verweerder op 12 april 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege een veroordeling voor poging tot doodslag met voorwaardelijke opzet. De rechtbank behandelde het beroep op 14 mei 2024.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een ernstig misdrijf heeft gepleegd en dat zijn gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De strafrechter legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, en het feit dat het delict recent is gepleegd en met een mes werd uitgevoerd, versterkt deze beoordeling.
Eiser betoogde dat het persoonlijke incident beperkt was en dat hij al voldoende gestraft was, maar de rechtbank achtte deze argumenten onvoldoende onderbouwd. De vermeende gedoogsituatie door het ontbreken van een terugkeerbesluit werd door de rechtbank in het licht van het Unierecht buiten toepassing gelaten.
De rechtbank concludeert dat verweerder een evenredigheidsbeoordeling heeft gemaakt en dat het besluit niet onevenredige gevolgen voor eiser heeft. De signalering in het Schengeninformatiesysteem is rechtmatig en geen verkapt terugkeerbesluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ernstige bedreiging voor de samenleving.