ECLI:NL:RBDHA:2024:9413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft op 18 juni 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is en niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. De staatssecretaris heeft de zienswijze van eiser voldoende betrokken bij het besluit. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt ertoe dat Nederland mag aannemen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico is op een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de Europese Unie.
Eiser heeft niet voldoende onderbouwd dat het asiel- en opvangsysteem in Duitsland zulke tekortkomingen vertoont dat hij niet mag worden overgedragen. Het AIDA-rapport 2023 ondersteunt dit oordeel. Ook de mogelijkheid van detentie in Duitsland leidt niet tot een schending van verdragen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.