ECLI:NL:RBDHA:2024:9416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland
Eiseres ontving een bijstandsuitkering en vertrok met haar zoon naar het buitenland van 28 december 2021 tot 6 februari 2022. Door een positieve coronatest moest zij langer dan gepland in quarantaine blijven, waardoor het verblijf langer dan vier weken duurde. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag trok de bijstandsuitkering over de periode 26 januari tot en met 6 februari 2022 in en vorderde €422,97 terug.
De rechtbank oordeelt dat het verblijf langer dan vier weken inderdaad leidt tot uitsluiting van bijstand op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet. Eiseres voerde aan dat er sprake was van zeer dringende redenen vanwege de coronapandemie en persoonlijke omstandigheden, waaronder een vechtscheiding en het ontbreken van familie in Nederland.
De rechtbank stelt dat zeer dringende redenen alleen gelden bij acute noodsituaties die niet anders kunnen worden verholpen en waarbij het niet verlenen van bijstand ernstige gevolgen heeft. De omstandigheden van eiseres, waaronder de coronapandemie en quarantaine, zijn niet voldoende om te spreken van een dergelijke noodsituatie. Daarom faalt het beroep en blijft het besluit tot intrekking en terugvordering in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland wordt ongegrond verklaard.