ECLI:NL:RBDHA:2024:947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep inreisverbod
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een inreisverbod opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het instellen van het beroep heeft verweerder een machtiging tot voorlopig verblijf verleend en het inreisverbod opgeheven. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat intrekking van het beroep vanwege tegemoetkomen door het bestuursorgaan alleen leidt tot proceskostenveroordeling indien het bestuursorgaan erkent dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. In deze zaak was het intrekken van het inreisverbod het gevolg van het verlenen van een machtiging op andere gronden dan het bestreden besluit, waardoor geen sprake was van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.A.M. Delger op 11 januari 2024.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.