ECLI:NL:RBDHA:2024:9483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening opvolgende asielaanvraag
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 19 oktober 2023 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag niet in behandeling was genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland verantwoordelijk bleef.
Eiser stelde dat de termijnoverschrijding van het beroep verschoonbaar was omdat het besluit niet aan zijn gemachtigde, maar aan hemzelf was gestuurd, terwijl verweerder op de hoogte was van zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat verweerder op basis van de informatie van de gemachtigde mocht aannemen dat er geen gemachtigde bekend was en dat eiser zelf verantwoordelijk was voor het volgen van zijn post.
De rechtbank concludeerde dat het beroep te laat was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Ook werd geen sprake geacht van omstandigheden die een uitzondering op de nationale procedureregels rechtvaardigen, zoals het refoulementverbod onder artikel 3 EVRM Pro. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de zaak niet inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.