ECLI:NL:RBDHA:2024:9485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid zonder ambtshalve toetsing artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, diende op 22 maart 2024 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag in 2021 buiten behandeling was gesteld wegens vertrek met onbekende bestemming. Verweerder wees de opvolgende aanvraag op 12 april 2024 af als kennelijk ongegrond op basis van meerdere gronden uit artikel 30b, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, zonder ambtshalve te toetsen aan artikel 64 Vw Pro.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte geen ambtshalve beoordeling heeft uitgevoerd, verwijzend naar de ratio van artikel 6.1e van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de bijzondere omstandigheden van zijn eerdere aanvraag. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder conform de wettelijke bepalingen niet verplicht was tot een dergelijke toets, mede omdat de afwijzing op meerdere gronden was gebaseerd, waaronder artikel 30b lid 1 sub g Vw.
De rechtbank erkende dat verweerder een inhoudelijk gehoor heeft gehouden, vergelijkbaar met een eerste aanvraag, vanwege het ontbreken van een inhoudelijke behandeling bij de eerste aanvraag. Dit was noodzakelijk om het asielrelaas adequaat te kunnen beoordelen. Desalniettemin blijft het terugkeerbesluit en het inreisverbod uit 2021 van kracht.
De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om ambtshalve toetsing af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 10 juni 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard zonder ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vw.