ECLI:NL:RBDHA:2024:954
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in civiele procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. C.W.D. Bom, kantonrechter in een civiele procedure tussen verzoeker en de Staat der Nederlanden, vanwege vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces en vermeende partijdigheid.
De wrakingskamer beoordeelde vijf wrakingsgronden, waaronder het niet oproepen van verzoeker voor een zitting, het vaststellen van proces-verbalen door de kantonrechter na het wrakingsverzoek, ongelijke behandeling tijdens de zitting en een vermeende belangenverstrengeling door de zakelijke activiteiten van de kantonrechter.
Na zorgvuldige afweging concludeerde de wrakingskamer dat geen sprake was van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. De kantonrechter had binnen zijn regievoerende taak gehandeld, en er was geen bewijs van vooringenomenheid of ongerechtvaardigde bevoordeling van één partij.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.