ECLI:NL:RBDHA:2024:9558
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De staatssecretaris nam later alsnog een besluit op de aanvraag. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn door een geldige verlenging met negen maanden was verlengd, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door het bestuursorgaan. Dit betekent dat het verzoek tot proceskostenvergoeding geen grond had en daarom werd afgewezen.
De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting en wees het verzoek af als kennelijk ongegrond. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.