Uitspraak
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres(gemachtigde: mr. L.J.M. Stortelder),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Overwegingen
3.2.1 Indien de inspecteur bij informatiebeschikking heeft vastgesteld dat de betrokkene met betrekking tot een op te leggen belastingaanslag niet of niet volledig heeft voldaan aan een of meer in artikel 52a, lid 1, AWR bedoelde verplichtingen, is de inspecteur als regel niet langer bevoegd om een volgende informatiebeschikking te geven met betrekking tot dezelfde tekortkoming(en) waarvoor die eerdere informatiebeschikking is gegeven [voetnoot 3: Vgl. HR 17 december 1980, ECLI:NL:HR:1980:AW9828, en HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8877, rechtsoverweging 3.3.4.] De enkele omstandigheid dat de inspecteur tweemaal informatie heeft gevraagd op grond van hetzelfde artikel uit de AWR, is niet voldoende om aan te nemen dat het om dezelfde tekortkoming gaat. Van dezelfde tekortkoming is bijvoorbeeld wel sprake wanneer de inspecteur op grond van artikel 47 AWR Pro opnieuw om dezelfde informatie heeft gevraagd en de belastingplichtige deze niet heeft verstrekt.”
10. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet in verzuim is geweest ten aanzien van het voldoen aan de inlichtingenplicht op grond van artikel 47 Awr Pro en dat verweerder derhalve geen informatiebeschikking mocht nemen. De brieven van verweerder (…) zijn immers gericht aan eiseres’ echtgenoot. Dat verweerder de echtgenoot heeft gevraagd naar informatie over eiseres, maakt niet dat daarmee aan eiseres zelf om informatie is verzocht. Verweerder heeft ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat eiseres wél (concreet) om informatie is verzocht.”