Belanghebbende, een onderneming actief in taxi, autohandel en installatiewerkzaamheden, werd geconfronteerd met een eerste informatiebeschikking wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie in het kader van een boekenonderzoek. Nadat belanghebbende alsnog aan haar informatieplicht voldeed, werd de eerste informatiebeschikking vernietigd. Vervolgens gaf de inspecteur een tweede informatiebeschikking uit hoofde van vermeende schending van administratie- en bewaarplichten.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur bevoegd was om deze tweede informatiebeschikking te geven nadat de eerste was ingetrokken. Het hof oordeelde dat dit was toegestaan omdat de tweede beschikking betrekking had op andere verplichtingen dan de eerste en dat er geen sprake was van détournement de pouvoir of schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de bevoegdheid tot het geven van een volgende informatiebeschikking niet beperkt is zolang deze ziet op andere tekortkomingen dan de eerdere beschikking. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en oordeelde dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet zijn geschonden.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.