Uitspraak
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Oekraïense vrouw van 85 jaar, woont sinds augustus 2021 bij haar dochter en diens gezin in Nederland. Zij vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000. De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat er geen familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestond en dat er geen schrijnende omstandigheden waren.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eiseres en haar dochter en diens gezin, terwijl uit stukken blijkt dat eiseres hulpbehoevend is en financieel afhankelijk. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het informatiebericht van de IND over ouderen in hun laatste levensfase niet van toepassing is.
Verder is de belangenafweging niet adequaat onderbouwd, met name ten aanzien van het feit dat eiseres zonder verblijfsvergunning Nederland is binnengekomen. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de motivering en belangenafweging adequaat worden uitgevoerd. De voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de proceskosten worden aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.