ECLI:NL:RBDHA:2024:9736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende zorgoverdracht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn geplande uitzetting naar Marokko, omdat de noodzakelijke medische en psychiatrische zorgoverdracht niet voldoende is gegarandeerd. De staatssecretaris heeft de uitzetting gepland en stelt dat de reisvoorwaarden, inclusief begeleiding door een psychiater en overdracht aan een Marokkaanse behandelaar, zijn geregeld.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af en oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het afwachten van de behandeling van zijn beroep in Nederland. De rechter acht de bezwaren van verzoeker over de toegankelijkheid en financiering van zorg in Marokko en de onduidelijkheid over de zorgoverdracht zwaarwegend.
De staatssecretaris beroept zich op de bescherming van de openbare orde en nationale veiligheid vanwege eerdere veroordelingen van verzoeker en het risico van frustratie van uitzetting door meerdere aanvragen. De voorzieningenrechter acht deze belangen minder zwaar dan het belang van verzoeker om zijn beroep in Nederland af te wachten.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan over het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek.