Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, is op 6 juni 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 23 augustus 2024 via telehoren.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek op 14 juni 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich derhalve op de periode daarna. Eiser voerde aan dat hij door een toegewezen voorlopige voorziening rechtmatig verblijf zou hebben en dat de wettelijke grondslag voor de bewaring daarom onjuist zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de voorlopige voorziening geen rechtmatig verblijf oplevert, maar slechts uitstel van vertrek betreft, wat niet leidt tot een verblijfsrecht.
Verder stelde eiser dat er onvoldoende voortgang was in de procedure, dat een lichter middel aangewezen was, en dat zijn medische situatie een verzwaarde belangenafweging rechtvaardigde. De rechtbank vond de voortgang voldoende en dat de belangenafweging niet in het voordeel van eiser uitviel. Ook achtte zij het medisch betoog onvoldoende onderbouwd. De minister handelde voortvarend en het zicht op uitzetting ontbreekt niet.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig blijft en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.