ECLI:NL:RBDHA:2024:9792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De aanvraag werd niet in behandeling genomen na een verzoek tot terugname dat Oostenrijk heeft aanvaard.
Eiser stelde dat de staatssecretaris een standaardvoornemen gebruikte dat de voorbereidingsprocedure uitholt en dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om zijn bezwaren naar voren te brengen. De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk een persoonlijk onderhoud heeft gehad en dat hij in de gelegenheid is gesteld om op het voornemen te reageren. Het uiteindelijke besluit bevatte een voldoende motivering en ging in op alle relevante elementen.
Verder voerde eiser aan dat hij in Oostenrijk onder onhygiënische en gevaarlijke omstandigheden verbleef, medische klachten had en werd gediscrimineerd. De rechtbank vond deze omstandigheden onvoldoende onderbouwd om overdracht aan Oostenrijk onevenredig hard te achten. De medische stukken toonden geen verband met de slechte omstandigheden en eiser maakte niet aannemelijk dat hij niet kan klagen bij Oostenrijkse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.