ECLI:NL:RBDHA:2024:9802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en Spanje als verantwoordelijke lidstaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Eiser betoogde dat hij in Spanje geen adequate opvang heeft gekregen en vreest voor indirect refoulement, en dat daarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aannemelijk maken. De rechtbank stelt vast dat eiser niet is geslaagd in het aannemelijk maken van dergelijke omstandigheden. Uit eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het AIDA-rapport blijkt dat Spanje als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd en dat de opvang aldaar voldoet aan de vereisten.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en dat de overdracht aan Spanje niet onrechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange en griffier S.J. Valk op 13 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Spanje als verantwoordelijke lidstaat geldt.