ECLI:NL:RBDHA:2024:9806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser stelt dat hij in Duitsland persoonlijke problemen ondervindt, waaronder mishandeling en bedreiging door medebewoners in het opvangcentrum, en dat de Duitse autoriteiten hem onvoldoende bescherming bieden. Hij voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in zijn geval niet geldt en dat de staatssecretaris op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag toch in behandeling had moeten nemen.
De rechtbank overweegt dat eiser zijn stellingen onvoldoende met bewijs heeft onderbouwd en dat er geen aanwijzingen zijn dat Duitsland zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. De persoonlijke problemen van eiser zijn onvoldoende om bijzondere individuele omstandigheden aan te nemen die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling; overdracht aan Duitsland is toegestaan.