ECLI:NL:RBDHA:2024:9943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering en proceskostenvergoeding na intrekking beroep
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar Wajong-uitkering ongewijzigd te laten. Na eerdere procedures en een deskundigenonderzoek verklaarde het UWV het bezwaar alsnog gegrond en wijzigde het besluit, waardoor verzoekster recht kreeg op een Wajong-uitkering van 75% van het wettelijk minimumloon. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingetrokken vanwege de tegemoetkoming door het UWV en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 2.187,50. Vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand werd echter afgewezen, omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht daarin niet voorziet.
Daarnaast werd het griffierecht van € 50,00 door het UWV aan verzoekster vergoed. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar op 4 juli 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht, maar niet tot vergoeding van de eigen bijdrage.