ECLI:NL:CRVB:2024:999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn na intrekking hoger beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar dit beroep op 23 oktober 2023 ingetrokken nadat het UWV op 20 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die volledig aan haar bezwaren tegemoetkwam.
De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante voor zowel de beroeps- als hogerberoepsfase, begroot op in totaal € 2.625,-. Daarnaast is het verzoek om vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand afgewezen omdat dit niet binnen het forfaitaire systeem valt.
Verder oordeelt de Raad dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met één maand is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van € 500,- aan appellante. De Staat wordt veroordeeld tot betaling hiervan en tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 die appellante heeft gemaakt in verband met dit verzoek.
Tot slot moet het UWV het betaalde griffierecht van € 183,- vergoeden. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 16 mei 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en de Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.