ECLI:NL:RBDHA:2024:9955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op overname zakelijke private schulden in toeslagenaffaire
Eiseres, gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van haar zakelijke private schulden bij Jobritess Holding B.V. en de achterstallige rente. De schulden bestonden uit twee leningdelen: leningdeel I, een hypothecaire lening van € 200.000, en leningdeel II, een lening van € 40.000 die eiseres als privépersoon was aangegaan. De minister weigerde de overname omdat leningdeel I een hypothecaire lening betrof die niet wordt overgenomen, en leningdeel II een informele schuld was die niet in een notariële akte of rechterlijke uitspraak was vastgelegd.
De rechtbank bevestigde dat leningdeel I terecht niet werd overgenomen op grond van artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder a, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), omdat hypothecaire leningen niet worden overgenomen tenzij sprake is van een restschuld na verkoop. Voor leningdeel II oordeelde de rechtbank dat deze een informele schuld is en niet voldoet aan het vereiste van een notariële akte of rechterlijke uitspraak, waardoor ook deze schuld niet in aanmerking komt voor overname.
De rechtbank wees het beroep af en overwoog dat de hardheidsclausule niet van toepassing is, omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor de strikte voorwaarden en er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de clausule rechtvaardigen. De achterstallige rente wordt ook niet overgenomen omdat deze verbonden is aan de niet-overgenomen hoofdsommen. De rechtbank benadrukte dat de regeling niet tot doel heeft gedupeerden volledig vrij te stellen van betalingsverplichtingen, maar hen een nieuwe start te bieden.
Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter S.H. van den Ende en griffier H.J. Habetian op 28 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering tot overname van haar zakelijke private schulden en achterstallige rente wordt ongegrond verklaard.