ECLI:NL:RBDHA:2025:10011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
NL25.23637
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vreemdelingenwet 2000Artikel 5.1b, derde lid, Vreemdelingenbesluit 2000Artikel 5.1b, vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000Richtlijn 2008/115/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet

Eiser, met de Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 21 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege risico op onttrekking aan toezicht en het uitstellen van terugkeer. Eiser betwistte enkele zware gronden, waaronder dat zijn identiteit tijdens de asielprocedure in 2023 vaststond.

De rechtbank constateert dat de meeste zware en lichte gronden onbetwist en feitelijk juist zijn, waaronder het ontbreken van identiteitsdocumenten, tegenstrijdige verklaringen en het gebruik van meerdere aliassen. Verweerder heeft de grondslag onder a en c laten vallen, maar de overige gronden zijn voldoende om de bewaring te rechtvaardigen.

Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting naar Sierra Leone is, maar de rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting geen vereiste is voor bewaring volgens artikel 59b Vw. Er is geen aanwijzing dat de bewaring onrechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack op 6 juni 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23637

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1998.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder terecht overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Er is namelijk sprake van een risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Tevens heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiser (1°) in bewaring wordt gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn [1] , (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Verweerder heeft als zware gronden [2] vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
en als lichte gronden [3] vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Verweerder heeft ter zitting de grondslag artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Vw laten vallen.
4. Eiser betwist de zware grond 3e en stelt dat zijn identiteit vaststond tijdens zijn asielprocedure in 2023.
5. De rechtbank stelt vast dat de zware gronden 3a, 3b, 3c en 3d evenals de lichte gronden onbetwist zijn gebleven. Deze gronden zijn feitelijk juist en voor zover nodig ook voldoende gemotiveerd. Eiser heeft geen identiteitsdocumenten overgelegd om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en niet is gebleken dat eiser aantoonbare inspanningen heeft verricht om dergelijke documenten te verkrijgen. Daarnaast heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser tegenstrijdige verklaringen omtrent zijn documenten heeft afgelegd en dat eiser meerdere aliassen heeft opgegeven. Gelet daarop heeft verweerder ook terecht de zware grond 3e aan eiser tegengeworpen. Deze gronden kunnen de maatregel dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.
6. Verder stelt eiser dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Sierra Leone is. In de maatregel wordt enkel gemotiveerd dat er zicht op uitzetting naar Marokko bestaat. Eiser is echter afkomstig uit Sierra Leone.
7. De rechtbank stelt vast dat voor een bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw zicht op uitzetting geen voorwaarde is. [4] De beroepsgrond slaagt dan ook niet.
8. Ook overigens is niet gebleken dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 juni 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Richtlijn 2008/115/EG.
2.Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
3.Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.
4.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1552.