ECLI:NL:RBDHA:2025:10022

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
NL24.18002
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit en inreisverbod

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om niet te worden uitgezet gedurende de behandeling van zijn beroep tegen een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod van tien jaar. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 maart 2025 behandeld, waarbij beide partijen aanwezig waren.

Bij uitspraak op 6 juni 2025 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier P.C.J. Lindeijer en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard, en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18002

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. D. van Elp)
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , de minister
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker tot het treffen van de voorlopige voorziening om gedurende de behandeling van zijn beroep tegen de oplegging van een terugkeerbesluit en van een zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaar niet te worden uitgezet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag [2] heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 907,- per punt).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
2.NL24.18001.