Eiser, geboren in Venezuela en houder van de Syrische nationaliteit, diende op 5 oktober 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 2 juli 2024 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 14 november 2024 en verklaarde het ongegrond.
De minister stelde vast dat eiser naast de Syrische ook de Venezolaanse nationaliteit bezit, omdat hij in Venezuela is geboren en de Venezolaanse wetgeving automatisch nationaliteit verleent aan in het land geboren personen. Eiser betwistte dit, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen. Ook het beroep op discriminatie vanwege zijn Druzenetniciteit en de rekrutering door een gewapende groepering in Syrië werd door de rechtbank onvoldoende gegrond geacht.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bestaat in Venezuela, mede omdat eiser geen bijzondere persoonlijke omstandigheden heeft die hem een verhoogd risico geven. De minister heeft volgens de rechtbank voldoende rekening gehouden met de persoonlijke situatie van eiser en de algemene situatie in Venezuela. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.