Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1], verzoeker,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 6 december 2024 als kennelijk ongegrond is afgewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld (zaaknummer NL24.48882) en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de behandeling van het beroep op 14 mei 2025 op zitting behandeld, waarbij partijen zich door gemachtigden lieten vertegenwoordigen.
De rechtbank heeft op 10 juni 2025 uitspraak gedaan op het samenhangende beroep en dit ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet noodzakelijk en wordt het verzoek om die voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.