ECLI:NL:RBDHA:2025:10077

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
10 juni 2025
Zaaknummer
NL25.11051
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Peru

Eiser, een Peruaanse nationaliteit, diende op 8 augustus 2023 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 18 februari 2025 af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep op 2 juni 2025 en oordeelde dat de afwijzing terecht was.

Eiser werd in april 2022 vrijgelaten na bijna tien jaar gevangenisstraf en startte een restaurant. In juni 2022 werd hij bedreigd door twee mannen die hem probeerden af te persen. Ondanks aangifte bij de politie en het stoppen met zijn restaurant in juni 2023, kon eiser geen ander werk vinden vanwege zijn strafblad. Hij vreesde represailles en de onveilige situatie in Peru.

De rechtbank stelde vast dat de minister de bedreiging als eenmalig en niet leidend tot een reëel risico op ernstige schade beoordeelde. Eiser kon zijn restaurant nog een jaar runnen zonder nieuwe bedreigingen, deed aangifte en er was geen bewijs dat de politie hem niet kon of wilde beschermen. De stelling van discriminatie door zijn strafblad werd onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank concludeerde dat de minister terecht oordeelde dat eiser geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Peru en verklaarde het beroep ongegrond. De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11051

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

van Peruaanse nationaliteit
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. O. Sari).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag [1] van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven
.De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer naar Peru geen reëel risico op ernstige schade loopt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 8 augustus 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 18 februari 2025 afgewezen.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser is in april 2022 uit de gevangenis gekomen nadat hij een straf van bijna 10 jaar had uitgezeten. Daarna is eiser een eetgelegenheid begonnen in [plaats] in het district [district]. Eiser stelt dat hij op 9 juni 2022 op straat met een pistool is bedreigd door twee mannen op een motor. Volgens eiser wisten de mannen dat hij uit de gevangenis kwam en wilden zij geld van hem, omdat hij werkte. Eiser heeft op 22 juni 2022 bij de politie aangifte gedaan van afpersing. Eiser heeft geen geld betaald aan de personen die hem wilden afpersen. In juni 2023 is eiser gestopt met zijn restaurant vanwege de druk van de afpersing. Het lukte eiser hierna niet om ander werk te vinden, omdat hij werd afgewezen vanwege zijn strafrechtelijk verleden. Eiser vreest bij terugkeer voor represailles van de mannen die hem probeerden af te persen. Eiser is ook bang om slachtoffer te worden van de algemene onveilige situatie in Peru.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Poging tot afpersing.
De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig. De geloofwaardig geachte elementen zijn echter niet te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Volgens de minister loopt eiser bij terugkeer naar Peru geen reëel risico op ernstige schade. De minister vindt niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer te vrezen heeft voor represailles van de personen die hem wilden afpersen. Eiser heeft namelijk na de bedreiging in juni 2022 nooit meer iets van hen vernomen en heeft nog een jaar lang zijn restaurant gerund. In deze periode zijn er enkel mannen langs het restaurant gelopen, die naar binnen keken, maar niets zeiden. Er heeft ook nooit iemand contact opgenomen met eiser over het innen van het geld. Bovendien heeft eiser aangifte kunnen doen van de afpersing en heeft hij verklaard dat de politie een onderzoek zou opstarten. Eiser heeft niet meer bij de politie geïnformeerd naar de stand van zaken van het onderzoek. Eisers verklaring dat sprake is van criminaliteit in Peru, dat mensen worden afgeperst en dat de politie traag is met het oplossen van zaken, is niet voldoende voor de conclusie dat eiser een reëel risico op ernstige schade loopt.
Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade?
5. Eiser voert aan dat hij door de problemen die hij ondervond werd gedwongen Peru te verlaten. De politie kan in zijn algemeenheid niets tegen afpersers beginnen. Bovendien heeft eiser een strafblad, waardoor voor hem duidelijk was dat de politie geen serieuze actie op zijn aangifte zou ondernemen. Eiser stelt zich op het standpunt dat er zeker problemen zouden zijn gekomen. Eiser kon niet veel langer meer aangeven dat hij zijn afpersers niet ging betalen. Eiser overlegt een krantenartikel waaruit volgens hem blijkt dat sprake is van afpersingen en een toename van moorden, waardoor de noodtoestand is uitgeroepen in Peru. Eiser kwam bovendien in een onleefbare situatie door discriminatie vanwege zijn strafblad. Daardoor kon hij niet aan werk komen.
6. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer naar Peru geen reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft er allereerst in het verweerschrift op kunnen wijzen de overgelegde informatie over het afkondigen van de noodtoestand niet betekent dat iedereen in Peru het risico loopt op willekeurig geweld. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij door zijn persoonlijke situatie een reëel risico op ernstige schade loopt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht overwogen dat eiser eenmalig is bedreigd en dat hij na de bedreiging nog een jaar lang zonder problemen zijn restaurant heeft kunnen uitbaten. Eiser heeft verklaard dat er mensen langskwamen en keken, maar hij heeft verder geen bedreigingen meer ontvangen. Bovendien heeft eiser aangifte kunnen doen van de bedreiging. Eiser heeft geen navraag gedaan naar de stand van zaken na de aangifte. Niet is gebleken dat de politie hem niet kan of wil helpen vanwege zijn strafblad. Eisers verklaringen op de zitting dat hij vaker is bedreigd en dat hij na zijn aangifte nog is teruggegaan naar de politie, wijken af van zijn verklaringen tijdens het nader gehoor en zijn bovendien niet onderbouwd. Deze verklaringen leiden dan ook niet tot een ander oordeel.
7. De stelling dat eiser in een onleefbare situatie kwam door discriminatie vanwege zijn strafblad leidt ook niet tot vernietiging van het besluit. Eiser heeft deze stelling niet nader onderbouwd en niet is gebleken dat de gestelde discriminatie zo ernstig was dat eiser dusdanig in zijn bestaansmogelijkheden werd beperkt dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kon functioneren.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr.
M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.