Eiser, een Peruaanse nationaliteit, diende op 8 augustus 2023 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 18 februari 2025 af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep op 2 juni 2025 en oordeelde dat de afwijzing terecht was.
Eiser werd in april 2022 vrijgelaten na bijna tien jaar gevangenisstraf en startte een restaurant. In juni 2022 werd hij bedreigd door twee mannen die hem probeerden af te persen. Ondanks aangifte bij de politie en het stoppen met zijn restaurant in juni 2023, kon eiser geen ander werk vinden vanwege zijn strafblad. Hij vreesde represailles en de onveilige situatie in Peru.
De rechtbank stelde vast dat de minister de bedreiging als eenmalig en niet leidend tot een reëel risico op ernstige schade beoordeelde. Eiser kon zijn restaurant nog een jaar runnen zonder nieuwe bedreigingen, deed aangifte en er was geen bewijs dat de politie hem niet kon of wilde beschermen. De stelling van discriminatie door zijn strafblad werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht oordeelde dat eiser geen reëel risico loopt bij terugkeer naar Peru en verklaarde het beroep ongegrond. De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.