ECLI:NL:RBDHA:2025:10100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, heeft op 8 januari 2024 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij internationale bescherming geniet in Griekenland. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser op 20 november 2024 met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 23 mei 2025 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl verweerder zich wel liet vertegenwoordigen. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij het beroep, gelet op zijn vertrek en het ontbreken van contact.
Op basis van vaste rechtspraak, waaronder een richtinggevende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 juli 2024, werd geconcludeerd dat het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact met de gemachtigde impliceert dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming en geen contact met gemachtigde.