ECLI:NL:RBDHA:2025:10104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan de laatste op 10 februari 2025. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij in Duitsland niet de kans heeft gekregen zijn asielmotieven naar voren te brengen en dat overdracht aan Duitsland een onevenredige hardheid zou zijn.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en oordeelt dat verweerder terecht mocht uitgaan van het vermoeden dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft geen concrete, onderbouwde aanwijzingen geleverd dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro. Ook de stelling dat hij zijn asielmotieven niet kon kenbaar maken in Duitsland is onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat de omstandigheden van eiser geen onevenredige hardheid opleveren die tot het aan zich trekken van de asielaanvraag door Nederland zouden moeten leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.