Eiser diende op 11 november 2024 een asielaanvraag in, welke door de minister op 23 april 2025 niet in behandeling werd genomen omdat België verantwoordelijk werd geacht. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting op 19 mei 2025 werd duidelijk dat eiser op 30 april 2025 met onbekende bestemming uit de opvang was vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer met hem krijgen, wat de rechtbank deed concluderen dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
Daarom oordeelde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelde het beroep niet inhoudelijk en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.