ECLI:NL:RBDHA:2025:10141
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit Basisregistratie Personen wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Verzoeker werd ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (Brp) met terugwerkende kracht per 10 februari 2025 na een melding van de eigenaar dat verzoeker niet op het adres woonde. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 mei 2025 en oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid.
Verzoeker is 82 jaar, zwaar hartpatiënt en verblijft vaak elders vanwege zijn gezondheid. Hoewel er huisbezoeken plaatsvonden waarbij de kamer van verzoeker niet in gebruik leek, was dit onvoldoende bewijs dat hij niet op het adres woonde. De verhuurder had bovendien aangegeven bereid te zijn tot een minnelijke oplossing te komen, wat de situatie complexer maakt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat een gedegen onderzoek voorafgaand aan de uitschrijving had moeten plaatsvinden en dat verweerder deze zorgvuldigheid niet in acht had genomen. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en moest de uitschrijving met terugwerkende kracht worden hersteld. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wordt geschorst en met terugwerkende kracht hersteld.