ECLI:NL:RBZWB:2024:4615
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitschrijving uit de Basisregistratie Personen
Verzoeker is op grond van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg per 25 april 2024 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (Brp) vanwege vermoedens dat hij niet meer op het geregistreerde adres woont. Het college baseerde het besluit op artikel 2.22 van de Wet Brp na een gedegen onderzoek, waaronder een adrescontrole en analyse van waterverbruik.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om weer ingeschreven te worden op het adres. Hij stelde dat het onderzoek onvoldoende objectief was, dat hij wel degelijk op het adres woont, en dat de uitschrijving grote nadelige gevolgen heeft, zoals het stopzetten van zijn zorgverzekering en mogelijke beëindiging van zijn WW-uitkering.
De voorzieningenrechter overwoog dat het primaire besluit onvoldoende gemotiveerd was, maar dat het naar voorlopig oordeel in de bezwaarprocedure wel deugdelijk gemotiveerd zal kunnen worden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het college expliciet een voorbehoud had gemaakt bij het sluiten van het dossier. Gezien het voorlopige karakter en de belangenafweging zag de voorzieningenrechter geen reden om het besluit te schorsen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wordt afgewezen.