Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 11 december 2023 en verlengde de beslistermijn met negen maanden. Eiseres stelde de minister op 13 maart 2025 tijdig in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank overweegt dat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven en volgt het 8+8-wekenmodel van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit houdt in dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
De rechtbank legt de minister een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.