Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 25 september 2023 en verlengde de beslistermijn met negen maanden. Eiser stelde de minister op 31 januari 2025 schriftelijk in gebreke, waarna hij binnen twee weken beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft besloten. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het feit dat de minister eerst een voornemen moet nemen en eiser daarop mag reageren. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor het geval de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 5 juni 2025.