ECLI:NL:RBDHA:2025:10218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken aanvullende afhankelijkheid
Eiseres, een 93-jarige vrouw met de Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland in het kader van nareis bij haar zoon, de referent. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af, omdat geen bijkomende elementen van afhankelijkheid of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro werden vastgesteld.
Eiseres betoogde dat zij vanwege haar hoge leeftijd, medische problemen en onvermogen tot zelfzorg afhankelijk is van de zorg van haar zoon en diens gezin. Zij stelde dat de belangenafweging ten onrechte in haar nadeel was uitgevallen, mede omdat er geen reëel alternatief is voor haar verzorging en het economische belang te zwaar werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet exclusief afhankelijk is van haar zoon en diens gezin en dat de persoonlijke banden met kleinkinderen geen positieve verplichting tot verblijf scheppen. De rechtbank vond de belangenafweging zorgvuldig en concludeerde dat het beroep ongegrond is, mede gelet op de onzekerheid over toekomstige economische participatie van het gezin en het feit dat asielgerelateerde omstandigheden buiten beschouwing mochten blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard.